Forum voor Anarchisme
Dood aan allen die in de weg staan van de vrijheid voor het werkende volk: Anarchie's Valse Vlag

Dood aan allen die in de weg staan van de vrijheid voor het werkende volk: Anarchie's Valse Vlag

September 8, 2022 | Sean Patterson

De volgende tekst werd op 30 Juni 2022 gepubliceerd op AnarchistStudies.Blog en vertaald door betrokkenen uit de FvA vertaal groep.

Door Sean Patterson

In het streven naar herstel van het verleden is de bijna onvermijdelijkheid van fouten een eeuwige doorn in het oog van historici. Van kleine typefouten tot vertaalfouten en bronmanipulatie: historische onnauwkeurigheden kunnen op allerlei manieren in gezaghebbende academische teksten terechtkomen. Soms zijn fouten een kwestie van onzorgvuldigheid of het onbedoeld verkeerd lezen van een tekst; in andere gevallen is de introductie van fouten gekoppeld aan vooringenomenheid van de auteur, of zelfs aan de opzettelijke vervalsing door staatsautoriteiten voor politieke doeleinden. Veel tekstuele fouten zijn louter ongemakken die weinig of geen bredere implicaties hebben voor hun onderwerp, terwijl andere fouten na verloop van tijd historiografische gevolgen kunnen hebben die zwaarder wegen dan hun aanvankelijke verschijning. De boeren-anarchistische Makhnovistische beweging van de Oekraïense Burgeroorlog biedt talrijke voorbeelden van historiografische mythevorming. In dit artikel onderzoek ik het geval van één vlag, die een valse vlag blijkt te zijn, om te illustreren hoe een schijnbaar kleine historische fout blijvende gevolgen kan hebben die veel groter zijn dan de aanvankelijke overtreding.

De Makhnovisten waren een volksbeweging van boeren in de zuidelijke Oekraïense provincie Katerynoslav [het huidige Zaporizhia oblast] tijdens de jaren van revolutie en burgeroorlog (1917-1921). Hun leider, Nestor Makhno, was een anarcho-communist van arme boerenafkomst, die als jeugdige veroordeeld was voor terroristische misdaden en levenslang in de gevangenis had gezeten. Na de revolutie van 1917 werd Makhno echter vrijgelaten en keerde hij terug naar zijn geboortestad, Huliaipole, waar hij een succesvolle rebellenbeweging organiseerde. Zijn troepen vochten tegen vrijwel elke concurrerende macht, waaronder het Keizerlijk Duitse Leger, het Witte Leger, het Oekraïense Volksleger, het Rode Leger en verschillende andere lokale strijdkrachten.

De ideologische leiding van de beweging streefde naar een samenleving van gefederaliseerde boerengemeenschappen en door arbeiders gecontroleerde industrieën, bestuurd door vrij verkozen raden buiten de partijcontrole om. Door de omstandigheden van de Burgeroorlog werden hun sociale experimenten echter voortdurend verstoord. Bovendien had de leiding vaak moeite om elementen van haar leger onder controle te houden die zich bezighielden met plunderingen en wreedheden.^1 Tegen deze achtergrond werden Makhno's strijdkrachten vaak beschuldigd van antisemitisme en het uitvoeren van etnische pogroms - een beschuldiging waartegen Makhno en zijn aanhangers zich zowel tijdens de burgeroorlog als later in ballingschap verweerden. Het is in de context van het debat over deze beschuldigingen dat de vlag in kwestie voor het eerst opduikt.

Nestor Makhno, 1921

Een belangrijk voorbeeld van de mythevormende kracht van vergissingen en manipulatie binnen de Makhnovistische geschiedschrijving is de zwarte vlag die het centrale symbool van de beweging is geworden, met daarop de schedel-en-kruisbeenderen en een slogan in witte Oekraïense letters die luidt: "Dood aan allen die in de weg staan van de vrijheid voor het werkende volk" ["Smertʹ vsim, khto na pereshkodi dobut'ia vilʹnosti trudovomu liudu"].^2 De vlag wordt zowel in Oekraïne als internationaal alom erkend. Hij is vooral alomtegenwoordig in online anarchistische gemeenschappen, en inspireert ontelbare memes en hele lijnen van merchandise waaronder T-shirts, stickers, hoesjes voor mobiele telefoons en zelfs pandemische maskers. Maar ondanks haar bijna universele reputatie als het belangrijkste symbool van het Oekraïense anarchisme, is de vlag niet Makhnovistisch.

In de academische en populaire literatuur in verschillende talen wordt de vlag met de doodshoofden en botten sinds tenminste de jaren zeventig consequent geïdentificeerd als Makhnovistisch.^3 In het digitale tijdperk is Wikipedia van bijzonder belang geweest om de vlag in de bredere publieke opinie te koppelen aan Makhno. Tot voor kort werd in de meeste verwante Wikipedia-artikelen de vlag kritiekloos als Makhnovistisch bestempeld. Dit is de laatste tijd tot op zekere hoogte gecorrigeerd. In de bijdrage "Vlaggen van de Machnovsjtsjina" - gemaakt in juni 2022 - wordt bijvoorbeeld correct opgemerkt dat de vlag niet Makhnovistisch is, maar wordt hij ten onrechte toegeschreven aan het Oekraïense Volksleger van Symon Petliura.^4 In andere bijdragen en in de Wikimedia Commons wordt de vlag nog steeds beschreven als Makhnovistisch of "naar verluidt" Makhnovistisch. [Gezien het grote culturele bereik van Wikipedia, is het waarschijnlijk dat de site een belangrijke rol heeft gespeeld bij het versterken van de associatie van de vlag met Makhno, in het bijzonder bij online anarchistische gemeenschappen. Als een open-source samenwerkingsplatform is Wikipedia bijzonder vatbaar voor dergelijke fouten en voor het verspreiden van mythes over onvoldoende onderzochte en sterk gepolitiseerde onderwerpen zoals de Makhnovistische beweging.

Oekraïense straatgraffiti

In Oekraïne zelf worden de vlag en zijn slogan veelvuldig aangetroffen in straatgraffiti, kunstwerken, historische films, en zelfs in officiële museumtentoonstellingen zoals die in Nestor Makhno's geboortestad Huliaipole. De slogan, en variaties daarvan, zijn ook te zien op de frontlinie Oekraïense soldaten patches en vlaggen in de huidige oorlog met Rusland. Oekraïense en Russische anarchistische organisaties halen de vlag en de slogan vaak aan in hun propaganda. In de context van de huidige oorlog wordt de slogan opgevat als een Oekraïense strijdkreet voor verzet tegen de invasie van de Russische staat.

De replica van de vlag "Dood aan allen ..." in de Makhno-tentoonstellingszaal van het Huliaipole Local History Museum.

De originele foto van de vlag wordt omhoog gehouden door twee soldaten met sabels voor een groot stenen gebouw. Binnen de USSR verscheen de foto voor het eerst in Zelʹman Ostrovskii's 1926 publicatie getiteld Joodse Pogroms, 1918-1921.^6 Het boek documenteerde de uitbarsting van antisemitisch geweld tijdens de Burgeroorlog, die volgens hedendaagse schattingen resulteerde in ruwweg 50.000 Joodse doden.^7 Een van de eerste Bolsjewistische propagandastrategieën was om hun ideologische vijanden aan te merken als de aanstichters van deze etnische pogroms. Dit was het hoofddoel van Ostrovskii's boek, dat zich in het bijzonder richtte op Oekraïense nationalisten en onafhankelijke boerenbewegingen uit de tijd van de Burgeroorlog.^8

Interessant is dat Ostrovskii de Makhnovisten slechts tweemaal in de tekst van het boek noemt. In het eerste geval noemt Ostrovskii Makhno een van de "voornaamste inspiratoren van de pogromistische bendes" en beweert hij dat hij alleen tijdens Makhno's tijdelijke allianties met de bolsjewieken werd weerhouden van het plegen van pogroms. In de tweede vermelding zegt Ostrovskii dat de Makhnovisten actief waren in de provincies Poltava en Katerynoslav, en plaatst hen op een onwaardige lijst van "bandieten" die "zwelgden in het lijden van hun Joodse slachtoffers”.^9 Ostrovskii gaat niet in op specifieke pogroms die Makhno zou hebben gepleegd.

De Makhnovisten komen daarentegen prominenter voor in de foto's van het boek. Er zijn foto's van Makhnovistische eenheden, Makhno zelf, en de beroemde foto van de zwarte vlag.10 Er zijn ook foto's van vermeend Makhnovistisch geweld, waaronder verminkte lijken van slachtoffers uit Oleksandrivsk in de zomer van 1919 en een massagraf van 175 slachtoffers uit de Joodse kolonie Trudoliubovka.^11 Het is in deze context dat de doodshoofd-en-botten vlag voor het eerst opduikt als onderdeel van een vroege Sovjet poging om Makhno visueel in verband te brengen met Joodse pogroms door het strategisch gebruik van een gedenkwaardig symbool en slogan.

Omslag van Zelʹman Ostrovskii's boek Jewish Pogroms, 1918-1921

Onderzoekers en overlevenden van de burgeroorlog hebben lang gedebatteerd over de historische rol van het antisemitisme in de Makhnovistische beweging. De laatste decennia is de wetenschappelijke consensus onder specialisten dat Makhno zelf geen antisemiet was en dat zijn beweging veel prominente Joden omvatte.^12 Bovendien wordt erkend dat Makhno vele verordeningen uitvaardigde waarin hij etnisch chauvinisme veroordeelde en de doodstraf eiste voor pogromisten.^13 Aan de andere kant blijkt uit bewijsmateriaal van de beweging zelf dat het antisemitisme tot op zekere hoogte het niveau van de leden had besmet en dat er in bevestigde gevallen pogroms werden gepleegd door Makhnovistische eenheden. De precieze relatie tussen antisemitisme en de Makhnovisten werd een punt van ernstige onenigheid in kringen van na de burgeroorlog geëmigreerden, waarin Makhno tot aan zijn dood in 1934 alle beschuldigingen luidkeels afwees.

Toen hij in ballingschap in Frankrijk woonde, raadpleegde Makhno een exemplaar van Ostrovskii's boek en publiceerde in 1927 een artikel getiteld "Aan de Joden van alle landen". Daarin verwerpt hij de beschuldiging dat hij een antisemiet was. Hij benadrukt dat enkele van de leidende figuren van de beweging Joods waren, en dat "revolutionaire gevechtseenheden bestaande uit Joodse arbeiders een rol van eminent belang speelden in de beweging”.^16

Hij merkt ook op dat Ostrovskii gemakshalve vermijdt te spreken over pogroms gepleegd door de 1ste Cavalerie van het Rode Leger van Symon Budonnyi. Wat betreft de foto's van een Makhnovistische pogrom in Oleksandrivsk, merkt Makhno terecht op dat "het algemeen bekend is in Oekraïne dat op het moment in kwestie het Makhnovistische rebellenleger zich ver van die regio bevond: het was teruggevallen in West-Oekraïne”.^17 Inderdaad werd Oleksandrivsk in de zomer van 1919 bezet door Rode en Witte strijdkrachten, maar op geen enkel moment in die periode door Makhno's leger. [Makhno heeft ook commentaar op de "foto waarop 'Makhnovisten in beweging' te zien zijn achter een zwarte vlag met een doodshoofd", en beweert dat "dit een foto is die niets met pogroms te maken heeft en waarop zelfs helemaal geen Makhnovisten te zien zijn". Tenslotte merkt Makhno op dat één van de foto's waarop hij zou staan afgebeeld onder de spottende titel "Makhno - een vredelievende burger" in feite "een mij volstrekt onbekend persoon" is.^20 Helaas voor Makhno zouden zijn protesten tegen de doodshoofd-en-botten vlag geen gehoor vinden en na verloop van tijd zouden het symbool en de slogan exclusief geassocieerd worden met zijn beweging - hoewel niet op een manier die hij of Ostrovskii zich ooit hadden kunnen voorstellen.

Wat de foto zelf betreft, was er reden om Makhno's ontkenning te geloven. Ten eerste is de slogan in het Oekraïens, en hoewel de overgrote meerderheid van de Makhnovisten etnische Oekraïners waren, werden de literatuur en de slogans van de beweging bijna uitsluitend in het Russisch gepubliceerd. ^21 Ten tweede lijken de soldaten die de vlag vasthouden niet op typische Makhnovistische partizanen, die vaak niet dezelfde outfit droegen in plaats van identieke uniformen. Niettemin leverden deze 'rode vlaggen' als het ware geen bewijs voor Makhno's bewering. Bovendien vermeldt de officiële vermelding van de foto in de Oekraïense archieven hem als "Vaandel van de Makhnovisten. 1920”.^22

Achterkant van het vaandel (rechter foto)

Het bleek echter dat de foto deel uitmaakte van een grotere set die een aparte foto bevatte van dezelfde soldaten die de achterzijde van de vlag tonen, waarop staat "Naddnipriansʹkyi Kish”.^23 "Kish" is een Kozakkenterm die oorspronkelijk een militair kampement of nederzetting beschreef. Tijdens de Oekraïense burgeroorlog werd de term gebruikt om iets aan te duiden dat in de buurt kwam van een legerdivisie. [^24](#_edn24 De inscriptie van de vlag betekent dus ruwweg "Dnipro Divisie". De Makhnovisten hebben echter nooit de term "Kish" gebruikt en deze divisie behoorde inderdaad niet aan Makhno toe, maar aan een andere Oekraïense opstandeling, genaamd Svyryd Kotsur. ^25

Svyryd Kotsur

Kotsur's carrière weerspiegelde die van Makhno op opmerkelijke wijze. Net als Makhno, identificeerde Kotsur zichzelf als een anarcho-communist - hoewel een historicus zijn filosofie meer omschreef als een "brandbaar mengsel" van anarchisme, nationalisme, en bolsjewisme, en naar verluidt zichzelf eens "een bolsjewiek maar geen communist" noemde. ^26 Evenals Makhno, stichtte Kotsur kortstondig een autonome regio, en vocht hij tegen elke macht waarmee hij in contact kwam. Hij werd zelfs "Kleine Makhno" genoemd en op sommige foto's vertoonde hij een opvallende gelijkenis met Makhno.

Svyryd Dementiovych Kotsur werd geboren in een groot boerengezin op 30 januari 1890 in het kleine centraal Oekraïense dorp Subotiv (district Chyhyryn, provincie Kiev). Svyryd en zijn broers waren van jongs af aan betrokken bij politieke activiteiten. Net als Makhno sloot Kotsur zich vóór de revolutie aan bij een anarcho-communistische groep en werd hij gearresteerd wegens deelname aan een bankoverval in Katerynoslav. Makhno zelf was in deze begintijd korte tijd bevriend met Kotsur. In maart 1910 stond Makhno voor de krijgsraad in Katerynoslav wegens terroristische misdrijven. Hij beschrijft in zijn memoires hoe op de vierde dag van zijn proces de zitting werd onderbroken vanwege geweerschoten net buiten de rechtszaal. Een aantal dagen later herinnert Makhno zich dat "wij in onze cel in de kelder kameraad Kotsur ontmoetten, die ons vertelde dat hij de oorzaak was van de schietpartij op de vierde dag van het proces". Kotsur legde uit dat zijn vuurgevecht met de politie een hele dag had geduurd, waarbij hij zeven bewakers had verwond en één agent van de geheime politie had gedood. Hij vertelde Makhno dat hij nu op zijn proces wachtte en verwachtte te zullen worden gehangen. Het lot zou heel anders uitpakken voor het paar, want ondanks dat ze ter dood veroordeeld waren, werd hun straf voor beiden abrupt omgezet in dwangarbeid. Het tweetal kwam ook vrij na de revolutie van februari 1917, toen de regering amnestie verleende aan politieke gevangenen. Makhno en Svyryd keerden elk terug naar hun geboortestreek waar zij tegelijkertijd indrukwekkende bewegingen opbouwden rond hun charismatisch leiderschap.

Kotsur (zittend uiterst links) met Chyhyryn boeren

In de begindagen van de revolutie werd Kotsur gekozen als een van de 2000 afgevaardigden naar het Oekraïense Congres van Vrije Kozakken in Chyhyryn. Het congres sprak zich uit voor Oekraïense autonomie en eiste de terugtrekking van alle Russische troepen. Deze verklaring werd ongedaan gemaakt toen de bolsjewieken een vredesverdrag sloten met het Duitse keizerlijke leger. Het Duitse keizerlijke leger bezette Oekraïne van april tot november 1918. In die periode werd Kotsoer tot leider van het opstandige comité van Chyhyryn gekozen om het ondergrondse verzet tegen de Duitsers te leiden. Kotsur bracht een effectief bataljon op de been en verjoeg in november zelfs met succes de Duitsers uit Chyhyryn.

Na de terugtrekking van het Duitse leger uit Oekraïne, sloot Kotsur een duizelingwekkend aantal strategische allianties met de rivaliserende krachten in de burgeroorlog. Aanvankelijk koos Kotsur de kant van de bolsjewieken tegen de nationalistische strijdkrachten van Petliura. Toen de bolsjewieken in de herfst van 1919 door het Witte Leger van Denikin uit Oekraïne werden verdreven, sloot Kotsoer zich vanaf september kort aan bij Makhno tot de terugkeer van het Rode Leger in januari 1920. De betrekkingen tussen Kotsoer en de bolsjewieken verzuurden echter snel omdat hij weigerde mee te werken aan bevelen die hem buiten zijn thuisregio brachten. In januari gaf Kotsoer opdracht een bezoekende bolsjewistische delegatie in een put te verdrinken. Na deze gebeurtenis riep Kotsur een onafhankelijke Chyhyryn republiek uit en de vorming van de Dnipro Kish.

Het grondgebied van Kotsur was meer een microrepubliek van slechts vier nederzettingen. Niettemin verdedigde Kotsoer zijn gebied aanvankelijk met succes tegen de bolsjewieken en verschillende lokale atamanen die geallieerd waren met het Oekraïense Volksleger. In februari 1920 verdedigde Kotsur met succes Chyhyryn tegen een Rode inval met de hulp van een Makhnovistische eenheid die daar gestationeerd was. Op 30 maart waren zijn troepen echter overrompeld en bezette het Rode Leger met succes Chyhyryn. Van de dood van Kotsur bestaan vele versies en het is niet duidelijk wanneer hij precies stierf. De officiële versie stelt dat Kotsur gevangen werd genomen en kort na de bolsjewistische bezetting werd doodgeschoten. Volgens andere verhalen overleefde Kotsur en reisde hij naar Bulgarije, terwijl een plaatselijke legende beweerde dat een man die sterk op Kotsur zelf leek, in de jaren tachtig regelmatig het graf van Svyryd Kotsur bezocht. In een spookachtig afscheidsschot aan de geschiedenis werd in 2018 een klein briefje met de handtekening van Kotsur gevonden, verborgen in een artilleriegranaat, met de woorden: "Iemand die voor vrijheid en zijn inheemse land is, kent geen angst: Vrijheid of dood!" Het briefje werd gevonden samen met een krant uit 1923, wat brandstof toevoegde aan het vuur van speculaties dat ten minste één van de broers Kotsur 1920 overleefde.

Kotsur's laatste briefje

Het is onduidelijk hoe de foto met de doodshoofd-en-botten vlag het etiket Makhnovist opgeplakt heeft gekregen. Hoewel Kotsur tussen september en december 1919 korte tijd een bondgenootschap sloot met Makhno, vormde Kotsur zijn Dnipro Kish pas in januari 1920.[^31}(#_edn31) Bovendien, als de foto in 1920 is genomen, zoals in de archieven wordt aangegeven, dan gebeurde dat nadat het bondgenootschap tussen Kotsur en Makhno was verbroken. Hoewel het feit dat Makhnovisten aanwezig waren en in een of andere hoedanigheid aan de zijde van Kotsur's strijdkrachten optraden tot ten minste februari 1920 een mogelijke verklaring is voor de foutieve beschrijving van de foto in de archieven. Het is ook onbekend of Ostrovskii de foto opzettelijk foutief heeft toegeschreven aan de Makhnovisten of gewoon een fout heeft herhaald die al in de archiefcatalogus stond.

Om de zaken nog verwarrender te maken, zijn de soldaten die de vlag vasthouden waarschijnlijk niet eens de soldaten van Kotsur. Een andere foto uit het archief toont dezelfde soldaten voor hetzelfde stenen gebouw met een andere vlag in de hand: dit keer een horizontaal tweekleurige (waarschijnlijk geel en blauw) met de inscriptie "Vrij Oekraïne". De beschrijving van de foto geeft aan dat dit een vlag is van het 1ste regiment Kozakken Cavalerie "Vrij Oekraïne" van het Oekraïense Volksleger en dat de soldaten die de vlag vasthouden, soldaten van het Rode Leger zijn. Een derde persoon verschijnt nu achter de vlag en draagt een zwarte leren jas - de voorkeursmode van bolsjewistische inlichtingenofficieren. Dit suggereert dat de fotoset bestaat uit bolsjewieken die buitgemaakte gevechtsvlaggen tonen.

Soldaten van het Rode Leger met een buitgemaakte vlag van het 1ste Cavaleriekozakkenregiment "Bevrijd Oekraïne"

Twee laatste bewijsstukken maken de puzzel van de vlag compleet. Een identieke kopie van de foto van de zwarte vlag werd ontdekt in de Russische militaire staatsarchieven tijdens de voorbereiding van een fotoalbum van de Burgeroorlog dat in 2018 werd gepubliceerd. De vermelding voor deze foto luidt "Vlag van P. Kotsur's Band", wat suggereert dat de vlag specifiek werd geassocieerd met Svyryd Kotsur's broer Petro.^33 In feite vertoont de vermeende foto van Makhno geproduceerd door Ostrovskii, die Makhno geïrriteerd verwierp, een opvallende gelijkenis met Petro Kotsur.

Ostrovskii "valse" Makhno-foto

Na de dood van Svyryd in maart 1920 nam zijn broer Petro het op tegen de bolsjewieken in Chyhyryn. Het is niet duidelijk hoe lang de opstandelingen in de regio hun strijd hebben voortgezet. In een telegram van de Revolutionaire Militaire Sovjet van het Zuid-Westelijk Front van 26 juni 1920 wordt echter gemeld dat eenheden van het Rode Leger in de regio Chyhyryn "de bendes van Petrenko en Kotsur volledig hebben verslagen. Kotsur zelf, zijn handlangers en zijn stafchef werden gedood ... Het zwarte vaandel van het regiment Zadneprovskiy werd ingenomen”.^34 Hoewel het voorzetsel "za", dat voorbij betekent, wordt gebruikt in plaats van "nad", dat over betekent, is het telegram zeer suggestief. Helaas kan in dit stadium niet onomstotelijk worden bewezen dat de zwarte vlag waarnaar wordt verwezen dezelfde is als die welke op de foto staat afgebeeld. Maar als dat wel zo is, dan biedt dat een plausibel scenario voor de oorsprong van de foto. Alles bij elkaar genomen suggereert de huidige stand van het bewijsmateriaal dat de originele foto soldaten van het Rode Leger afbeeldt die een buitgemaakte vlag van Petro Kotsur tonen, mogelijk ergens na 26 juni 1920. De exacte locatie van de foto en de eenheid waartoe de soldaten van het Rode Leger behoren die de vlag vasthouden, blijven onbekend.

Door dit duizelingwekkende labyrint van regimenten uit de Burgeroorlog, archiefgegevens en bolsjewistische propaganda is een blijvende mythe ontstaan. In hoeverre doet de oorsprong ertoe? Doet het feit dat dit geliefde Makhnovistische symbool van vrijheid en volksverzet toch niet Makhnovistisch is, afbreuk aan zijn hedendaagse kracht aan de frontlinies of breekt het de gevestigde keten van betekenis? Zullen de Reddit-memes van een Chad Makhno achter de vlag met doodshoofden en botten in diskrediet raken? Dit zijn vragen die alleen de gemeenschappen die zich actief met de vlag en zijn slogan bezighouden, uiteindelijk kunnen beantwoorden. Ik vermoed echter dat de vlag een levendig onderdeel zal blijven van de anarchistische en Oekraïense symbologie.

Sinds de vlag voor het eerst verscheen in Ostrovskii's boek uit 1926, is de vlag volledig losgeraakt van zijn oorsprong. De vlag heeft een veelheid aan betekenissen gekend, van een schandelijke markering van vermeende Makhnovistische pogroms tot een internationale inspiratiebron voor anarchistisch verzet tot een symbool van regionale trots en een verklaring van verzet tegen de Russische invasie. In de een of andere vorm zullen de vlag en zijn slogan zeker overleven en zijn opmars door de tijd voortzetten.

Oekraïense soldaat met "Dood aan allen die in de weg van de vrijheid staan" patch

Sean Patterson is promovendus in de geschiedenis aan de Universiteit van Alberta. Hij doet momenteel onderzoek naar de relatie tussen ideologie en geweld in de zuidelijke regio Zaporizhia van Oekraïne tijdens de Oekraïense burgeroorlog (1918-1921). Sean is de auteur van Makhno and Memory: Anarchist and Mennonite Narratives of Ukraine's Civil War, 1917-1921 (University of Manitoba Press, 2020). Hij is te bereiken op sdpatter[at]ualberta.ca

Ik wil mijn erkentelijkheid betuigen aan Malcolm Archibald en Yuriy Kravetz voor hun genereuze hulp bij het onderzoek van dit artikel.

Referenties

[^1]: Voor literatuur over Makhnovistisch geweld zie Sean Patterson, Makhno and Memory (Winnipeg: University of Manitoba Press, 2020); A.I. Beznosov, “Die Nikolaipoler Mennonitensiedlungen in den Jahren des Bürgerkriegs (1918–1920)”. Nord-Ost Institut. 2019. ^https://www.ikgn.de/cms/index.php/uebersetzte-geschichte/beitraege/beznosov-die-nikolaipol- er-mennonitensiedlungen; Mikhail Akulov, “Playground of Violence: Mennonites and Makhnovites in the Time of War and Revolution”, International Relations and Diplomacy 3 (7): 439-447; Felix Schnell, Räumes des Schreckens (Hamburg: Hamburger Edition, 2012); Arno J. Mayer, The Furies: (Princeton: Princeton University Press, 2000); N.V. Venger, “Nestor Makhno ta ‘nemetsʹke pytannia’ na ukrainsʹkykh zemliakh” in C.C. Troiana, ed., Persha svitova viina i revoliutsii vektory sotsiukulʹturnykh transformatsii (Kyiv: Kondor, 2017), 30-62; and John B. Toews, ed., Mennonites in Ukraine Amid Civil War and Anarchy (Fresno: Center for Mennonite Brethren Studies, 2013).

[^2]: De spelling van de oorspronkelijke vlag is niet in overeenstemming met het moderne Oekraïens. De exacte letters in transliteratie luiden "Smertʹ vsyim, khto na pyryshkodyi dobutʹia vyil'nostyi trudovomu liudu". Het is moeilijk om hier te spreken van spelfouten of tikfouten, aangezien de Oekraïense spelling in deze periode nog niet volledig gestandaardiseerd was en vaak per regio verschilde.

[^3]: De vlag is bijvoorbeeld opgenomen in Viktor Belash, Dorogi Nestora (Kyiv: Proza, 1993); Peter Arshinov, History of the Makhnovist Movement (Londen: Freedom Press, 2005); Semanov, S.N. "Pod chernym znamenem, ili zhiznʹ i smertʹ Nestora Makhno" Roman-Gazeta 4 (1993); Valerii Volkovynsʹkyi, Nestor Makhno (Kiev: Perlit prodakshn, 1994); Vasilii Golovanov, Nestor Makhno (Moskou: Molodaia gvardiia, 2008); en Felix Schnell, Räumes des Schreckens. De vroegste toeschrijving van de vlag aan Makhno in westerse literatuur die ik vond, was in "Makhno", Le Monde Libertaire 182 (1972): 9.

[^4]: "Vlaggen van de Machnovsjtsjina", [https://en.wikipedia.org/wiki/Flags]. De Russische vermelding voor "De opstandingsbeweging geleid door Nestor Makhno" bestempelt de vlag ook correct als "pseudo-Makhnovistisch". https://en.wikipedia.org/wiki/Повстанческое_движение_под_руководством_Нестора_Махно

[^5]: Zie bijvoorbeeld de vermeldingen "Anarchisme in Oekraïne", https://en.wikipedia.org/wiki/Anarchism_in_Oekraïne; "Makhno, Nestor Ivanovitsj", https://ru.wikipedia.org/wiki/Махно,Нестор_Иванович; en "Makhno's vlag", https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Makhno%27s_vlag.jpg

[^6]: Zelʹman Ostrovskii, Evreiskie pogromy, 1918-1921 (Moskou: Akts. obshchestvo "Shkola i kniga", 1926), 100.
\

[^7]: Henry Abramson. "Russische Burgeroorlog". YIVO Encyclopedia of Jews in Eastern Europe, 22 november 2010, https://yivoencyclopedia.org/article.aspx/Russian_Civil_War

[^8]: Ibid. Abramson splitst de daders van Joodse pogroms als volgt op: 40 procent - Symon Petliura's Oekraïense strijdkrachten; 25 procent - onafhankelijken; 17 procent - Witte Leger; 9 procent - Rode Leger.

[^9]: Ostrovskii, Evreiskie pogromy, 28; 72.

[^10]: Ibid., 39, 102, 103, 95, 100.

[^11]: Ibid., 37, 47, 111, 112, 131.

[^12]: Zie Paul Avrich, Anarchist Portraits (Princeton: Princeton University Press, 1988), 122-123. Na onderzoek van honderden foto's in het YIVO archief in New York, concludeerde Avrich dat de beschuldigingen van antisemitisch geweld "gebaseerd zijn op geruchten, roddels, of opzettelijke laster, en ongedocumenteerd en onbewezen blijven". De mennonitische historicus Victor Peters, die in geen enkel opzicht kan worden beschuldigd van pro-Makhnovistische opvattingen, betoogde dat Makhno geen Joden of mennonieten aanviel op grond van etnische haat. Victor Peters, Nestor Makhno (Winnipeg: Echo Books, 1970), 106-107. Zie ook Michael Malet, Nestor Makhno in the Russian Civil War (Londen: MacMillan Press, 1982), 168; Colin Darch, Nestor Makhno and Rural Anarchism in Ukraine (Londen: Pluto Press, 2020), 53; Alexandre Skirda, Nestor Makhno: Anarchy's Cossack (Oakland: AK Press, 2004), 336-341; Patterson, Makhno and Memory, 21, 25. Ik heb me hier beperkt tot Engelstalige bronnen, maar ook Russische en Oekraïense specialisten zijn het erover eens dat Makhno geen persoonlijke antisemiet was.
[^13]: Zie bijvoorbeeld "Prikaz Batʹko Makhno No. 1", Putʹ k svobode, No. 29, 21 november 1919. Voor een Engelse vertaling, zie Peter Arshinov, History of the Makhnovist Movement (Londen: Freedom Press, 2005), 214-216. Een resolutie van het Makhnovistische Congres van 12 februari 1919 veroordeelde expliciet "plundering, geweld en anti-Joodse pogroms" die onder de naam van de beweging werden uitgevoerd. Palij, The Anarchism of Nestor Makhno (Seattle: University of Washington Press, 1976), 155.
[^14]: Zie bijvoorbeeld de noodresolutie van anarchisten binnen de beweging Nabat, waarin antisemitisme specifiek wordt genoemd als een probleem onder de troepen. "Rezoliustiia ekstrennogo soveshchaniia aktivnykh rabotnikov konfederatsii Nabat", in Kriven'kii, V.V., et al., ed. Anarkhisty: dokumenty i materialy. Tom 2 (Moskou: ROSSPEN, 1999), 287. De beweging heeft de pogrom van Gorkaia ook rechtstreeks aan de orde gesteld en veroordeeld in haar krant. P. Mogila, "Gde zhe konets nasilie", Put' k Svobode, nr. 2, 24 mei 1919. Volgens Belasj en Makhno werden de daders na een onderzoek terechtgesteld. Zie Belash, Dorogi Nestora Makhno, 215-216 en Nestor Makhno, "The Makhnovshchina and Anti-Semitism", in Alexandre Skirda, ed., The Struggle Against the State and Other Essays (Oakland: AK Press, 1996), 34-35. De Joodse anarchist en Makhnovistische leider Volin beweert dat de beroemde pogrom-historicus Elias Tcherikower hem in een interview vertelde dat de "Makhnovisten zich het beste gedroegen ten opzichte van de burgerbevolking in het algemeen en de Joodse bevolking in het bijzonder en dat "ik niet één keer de aanwezigheid van een Makhnovistische eenheid heb kunnen bewijzen op de plaats waar een pogrom tegen Joden plaatsvond". Volin, De onbekende revolutie (Oakland: PM Press, 2019), 698. Daarentegen schreef Tcherikower in een privé-brief dat, "er niet de minste twijfel kan bestaan dat hij Makhno :soort bandieten als al de anderen. Of zij de pogroms met zijn toestemming of op eigen initiatief hebben gepleegd is moeilijk te zeggen; hoe dan ook - hij is verantwoordelijk". Aangehaald in Brenden McGeever, The Bolshevik Response to Antisemitism in the Russian Revolution (Cambridge: Cambridge University Press, 2019), 135.
[^15]: Voor de meest uitgebreide bespreking van antisemitisme en Makhno in het Engels zie Michael Malet, Nestor Makhno, 168-174; Voor Makhno's persoonlijke verdediging zie Nestor Makhno, "K evreiam vsekh stran", Delo truda 23-24 (1927): 8-10 en "Makhnovshchina i Antisemitizm", Delo truda 30-31 (1927): 15-18. In het Engels vertaald als "To the Jews of All Countries" en "The Makhnovshchina and Anti-Semitism" in Skirda, ed., The Struggle Against the State, 28-31; 32-38.
[^16]: Makhno, "Aan de Joden van alle landen", 28.
[^17]: Ibid., 30. Het is nauwkeuriger om Midden-Oekraïne te zeggen. Het verste westen waar Makhno zich op dat moment bevond was Umanʹ in het meest zuidelijke deel van de provincie Kyiv guberniia.: Makhno bezette Olesksandrivsk bij twee gelegenheden: januari 1918 met het Rode Leger; oktober-november 1919. Malet, Nestor Makhno, 7; 47.
[^19]: Makhno, "Aan de Joden van alle landen", 30.
[^20]: Ibid.
[^21]: Een uitzondering was de Makhnovistische Oekraïense taalkrant Shliakh do voli Path to Freedom.: leefde alliantie met de Borotbisten - een socialistische Oekraïense nationalistische beweging. De krant stond onder redactie van de Borotbisten en gaf, hoewel uitgesproken pro-Machnovistisch, blijk van een niveau van Oekraïens nationaal bewustzijn dat in andere Makhnovistische publicaties niet voorkwam. Voor een bespreking van de Makhnovistische vaandels en propaganda, zie Yuriy Kravetz, "Znamena povstancheskoi armii N. Makhno. 1918-1921 gg". Muzeinyi visnyk 7 (2007): 127-137; Yuriy Kravetz en Andrei Federov, "Agitatsiia i propaganda Makhnovskogo dvizheniia", Pivdenny__i zakhid. Odesyka. Istoryko-kraeznavchy__i naukovy__i alʹmanakh 24 (2018): 50-85.
[^22]: TsDKFFA Ukraine Central State Cinema and Photo Archive :Makhno". YIVO-archief Record Group 80, Series IV, Folder 642.
[^23]: TsDKFFA Oekraïne 0-235665. Net als op de voorzijde van de vlag wijkt de spelling op de keerzijde af van het moderne Oekraïens en staat er "Nadnyipriansii Kish".
[^24]: "Free Cossacks", Internet Encyclopedia of Ukraine, [http://www.encyclopediaofukraine.com/display.asp?linkpath=pages%5CF%5CR%5CFreeCossacks.htm](http://www.encyclopediaofukraine.com/display.asp?linkpath=pages%5CF%5CR%5CFreeCossacks.htm). Kish werd vooral geassocieerd met de Vrije Kozakken en eenheden van Petliura's leger. Dit verklaart waarom de Wikipedia-auteurs van de "Vlaggen van de Makhnovshchina" de vlag toeschreven aan het Oekraïense Volksleger. Kisj verwees niet altijd naar een "divisie". Petliura's Haidamatskyi Kish Slobidskoi Ukrainy verwees bijvoorbeeld naar een bataljon.
[^25]: Betrouwbare werken over Kotsur zijn beperkt, hoewel een paar studies een glimp opvangen van zijn leven en beweging. De belangrijkste zijn de geschriften van Oleksandr Solodar, waarin hij uitgebreid het Staatsarchief van de oblast Cherkassy heeft geraadpleegd. Oleksandr Solodar, "Zvysti shliakhy Svyryda Kotsura" Istorichni storinky "Nova Doba" No. 61 (6 augustus 2002): 2-3. Het boek van Viktor Savtsjenko over Oekraïense atamanen bevat ook een tamelijk gedetailleerd overzicht van de carrière van Kotsoer. V.A. Savchenko, Avantiuristy grazhdanskoi voiny (Kharkiv: Folio, 2000), 200-239. Zie ook O. Minsʹka, "Svyryd Kotsur: Fakty i Manipuliatsiyi", in V.M. Lazurenko, ed., Personalistychnyi vymir istoriyi Cherkashyny: materialy Pershoyi regionalʹnoyi istoryko-kraeznavchoyi konferentsiyi (Cherkasy: 2018), 184-191. Tenzij anders aangegeven heb ik voor de biografie van Kotsur geput uit het werk van Solodar.
[^26]: Savchenko, Avantiuristy, 233.
[^27]: Nestor Makhno, "Mijn Autobiografie", in Malcolm Archibald, ed., Young Rebels Against the Empire (Edmonton: Black Cat Press, 2021), 30, 33. Deze tekst werd oorspronkelijk gepubliceerd in de Russische, Franse en Duitse anarchistische kranten Rassvet (1926), Le Libertaire (1926), en Der freie Arbeiter (1927).
[^28]: Deze gebeurtenis wordt bevestigd door een archiefdossier dat rechtstreeks verwijst naar Kotsurs "gewapend verzet tegen de politie in Jekaterinoslav". GARF Staatsarchief van de Russische Federatie :[29]: Makhno, "Mijn Autobiografie", 33-34.
[^30]: "U Kholodnomu Iaru znaideno snariadnu hilʹzu z povstansʹkymy dokumentamy", Kozatsʹkyi krai, 26 april 2018, [http://cossackland.org.ua/2018/04/26/u-holodnomu-yaru-znajdeno-snaryadnu-hilzu-z-povstanskymy-dokumentamy/?fbclid=IwAR3hgvWbjjB6gWCzbanXy4mzjXn2_lUyY4MYGnsaulL\_WtCFVGSWSFBsFXE](http://cossackland.org.ua/2018/04/26/u-holodnomu-yaru-znajdeno-snaryadnu-hilzu-z-povstanskymy-dokumentamy/?fbclid=IwAR3hgvWbjjB6gWCzbanXy4mzjXn2_lUyY4MYGnsaulL_WtCFVGSWSFBsFXE)
[^31]: Sommige bronnen geven juli 1919 als oprichtingsdatum voor de Kish, maar hier geef ik de voorkeur aan het onderzoek van Solodar vanwege zijn uitgebreide kennis van de regionale archieven.
[^32]: Iaroslav Tychenko, Novitni Zaporozhtsi: Viis'ka tsentral'noyi rady (Kyiv: Tempora, 2010), 109. Deze foto maakt duidelijk deel uit van dezelfde fotosessie, maar de aangegeven datum is voorjaar 1918. Dit is ofwel een vergissing of mogelijk een aanduiding van wanneer de vlag voor het eerst werd buitgemaakt. Aangezien de Dnipro Kish vóór januari 1920 niet bestond, kunnen deze foto's niet eerder dan die datum zijn gemaakt.
[^33]: R.G. Gagkuev, E.E. K